Ik sta onder de douche en voel het water op mijn huid stromen. Terwijl ik daar sta, komt er ineens een gedachte in me op: de weegschaal. Je kent het misschien wel, die eeuwige strijd met het getal dat je liever niet ziet. “Zal ik erop gaan staan?” vraag ik me af en meteen gaan mijn gedachten met me aan de haal: “Is dat wel verstandig om te doen? Ik voel me op dit moment eigenlijk lekker in mijn vel en wat als de weegschaal aangeeft …” Mijn hoofd slaat helemaal op hol.
Dan hoor ik een zachte fluistering: “Vraag het aan God.” Okeee… Ja, waarom ook niet? Ik had toch gezegd dat ik in alles op God zou vertrouwen?
“God, moet ik op die weegschaal gaan staan?” vraag ik. En terwijl ik wacht op een antwoord, voel ik een klein lachje opborrelen. Want eerlijk, wat zou God hier nou van zeggen? Toch hoor ik zachtjes: “Ja hoor, ga er maar op staan.”
Dus nu sta ik daar onder de douche, in gesprek met mijn Schepper over een weegschaal. Ik vraag me af: “Bedenk ik dit zelf, of zijn dit echt gedachten van U, Heer?” Maar het antwoord komt opnieuw in mijn gedachten: “Ga er maar op staan.”
Dus daar ga ik dan. Ik pak de weegschaal, en ongemerkt met mijn adem inhoudend stap ik erop en kijk naar het schermpje. Wat staat er? “Lo.” Ik schiet in de lach. “Lo?” Het voelt als een grapje van boven.
Een knipoog die me herinnert dat, ongeacht welk getal de weegschaal laat zien, ik ben zoals Hij me ziet: prachtig gemaakt, geliefd en waardevol. U hebt mij immers in de buik van mijn moeder gemaakt? Mijn hele lichaam werd door U geweven, Ik prijs U, omdat U mij zo prachtig heeft gemaakt. Psalm 139.
Mijn dag kan niet meer stuk. Ik laat die weegschaal maar zitten, want ik besef: Hij houdt van me en vindt me prachtig. Hoe dan ook.