18 april 2026

Ja, ik wil!

by Regina Elbers

Vol spanning begin ik de dag. Eindelijk is het zover.
Het begon met een huis kopen, klussen, plannen maken… en nu breekt de dag aan waar ik zo naar uit heb gekeken: we gaan trouwen!

Mijn jurk hangt al klaar. De kapster komt zo. En straks… staat mijn geliefde voor de deur.
Ik spring uit bed, mijn hart klopt in mijn keel.

Het is inmiddels 28 jaar geleden, maar ik zie het nog zó voor me. Het moment dat ik de deur open en hem zie staan. Zijn ogen kijken me aan, vol liefde. Ze zeggen zonder woorden: Wat ben je mooi. Wat hou ik van jou.

We stappen in de koets. Ik voel me net een prinses. Daar gaan we, op weg naar het gemeentehuis en daarna naar de kerk. Om ja te zeggen tegen elkaar en Gods zegen te ontvangen over ons huwelijk.
Onze trouwtekst: “De HEERE ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom om hun de weg te wijzen, en ’s nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden gaan.” (Exodus 13:21, HSV)

Onze ontdekkingstocht

Wat een dag. In mijn geheugen gegrift. De start van een leven samen, ons gezamenlijke avontuur. Bijzonder — en soms ook hilarisch en even wennen. We komen uit een tijd waarin er tijdens onze verkering ‘niets mocht’. En ineens, na deze ene dag, mag alles wél. Dat is toch even schakelen. Tijdens onze huwelijksnacht springen de vonken er vanaf… letterlijk. Die mooie nachtjapon die ik gekocht had, blijkt zo enorm statisch!

Samen verantwoordelijk zijn voor het huishouden is ook zo’n ontdekkingstocht. In het begin denk ik nog dat ik mijn man moet uitleggen hoe hij de was moet opvouwen en het stiekem weer kan overdoen omdat hij het anders doet. Maar al snel heeft hij het door en dreigt hij: “Als jij het toch weer over gaat doen, doe het dan maar zelf.”
Ik heb het nooit weer gedaan, maar heb hem wel gevraagd of hij de handdoeken dan in elk geval op hetzelfde formaat wil vouwen zodat ze in de kast passen. Trouwens, die taakverdeling in het huishouden? Dat is wel vaker een terugkerend punt van discussie geweest in al die jaren!

Op een avond, we zijn zes weken getrouwd, zitten we samen op de bank. Ik kijk op de klok, schrik en zeg: “Oh jee, is het al zó laat?! Ik moet naar huis!”

En die keer dat ik uit de badkamer kom rennen, roepend “Joehoe!” als ik op het bed spring. En dan: krak. Bed kapot. Finaal afgebroken. Daar liggen we dan, totaal de slappe lach, op dat scheve, kapotte bed. En midden in de nacht halen we het bed uit elkaar en slapen we met onze matrassen op de grond.

In voor en tegenspoed

In 28 jaar maken we nog veel meer mee. Kinderen gekregen, verhuisd, ouders overleden. En we komen er ook achter dat je elkaar soms even niet zo leuk vindt. Dat je weleens denkt: Slaap jij vannacht maar even op de bank. Of zegt: Ik ga een rondje lopen… alleen!

En toch…
We zijn gegroeid.
We hebben geleerd.
We hebben op elkaar gemopperd.
We hebben gelachen.
We hebben elkaar verwenst.

En we bleven ja zeggen.

Soms luid en vol overtuiging.
Soms stilletjes, in de dingen die we voor elkaar deden.
Soms met moeite, vanuit het puntje van de tenen.

Maar toch altijd weer: Ja, ik wil.

Die wolkkolom en vuurkolom uit onze trouwtekst? Die gaan nog steeds voor ons uit.

Hij gaat ons voor overdag, als het leven licht is en alles goed lijkt te gaan.
En ’s nachts, wanneer het donker is en we het niet goed weten.
Hij wijst de weg, geeft licht, en blijft trouw — elke dag opnieuw.

Ja, ik wil. Elke dag weer.

Dit vindt je misschien ook leuk...