Gisteren sprak ik een mevrouw. Ze had een prachtige blouse aan en ik zei tegen haar:
‘Wat zie je er mooi uit, wat een prachtige blouse heb je aan.’
Ze werd er ongemakkelijk van en kwam met allerlei tegenwerpingen. Het kwam erop neer dat ze zich niet zo mooi voelde. ‘Als ik dan kijk naar andere vrouwen…,’ zei ze.
Ik was oprecht verbaasd. Er zat een prachtige vrouw voor me en dat vertelde ik haar.
Ze zei: ‘Dat kun je wel zeggen en dat zeggen mensen wel vaker tegen me, maar dat komt niet bij me binnen. Ik zie iets anders als ik voor de spiegel sta.’
En eerlijk gezegd: ik herkende het. Ook ik heb momenten dat ik, wanneer ik voor de spiegel sta of naar andere vrouwen kijk, mij ineens heel dik of onverzorgd voel.
Ik wist niet goed wat ik nog meer tegen haar kon zeggen. We praatten verder en ze vertelde over haar kleinzoon. Haar ogen begonnen te stralen en de liefde voor dat jochie straalde van haar af.
Toen vroeg ik aan haar: ‘En je kleinzoon, hoe denk je dat hij naar je kijkt? Denk je dat hij kijkt naar je uiterlijk en vindt dat je te dik bent?’
Dat raakte haar, want toen zei ze:
‘Nee, hij houdt gewoon van me. Als hij mij al ziet, begint hij al te lachen en met zijn armpjes wijd open komt hij naar me toe om een knuffel te geven.’
Later die middag hoorde ik een collega vertellen over haar dochtertje van vier jaar. Ze zei:
‘Ze had zelf haar pony geknipt. Echt zó kort, dat er nog maar een paar haartjes recht overeind stonden, het leek wel alsof ze ziek was. Ik heb maar een paar haarbandjes gekocht om het een beetje te bedekken.’
Mijn collega vertelde verder dat haar dochter op school, op het schoolplein, het haarbandje even afdeed. Toen begonnen wat oudere kinderen te lachen. ‘Ze deed het snel maar weer om,’ zei ze.
Een jong onschuldig meisje, die in een ondernemende en creatieve bui met een schaar haar haar knipt, komt al heel vroeg in haar jonge leven in aanraking met meningen van anderen over haar uiterlijk. Zo wordt ze gevormd en een beeld aangemeten van wat anderen daarvan vinden.
Beide verhalen raakten me, want ik herken het zo uit mijn eigen leven. Onzeker over mijn uiterlijk, altijd kijkend naar anderen en gevoelig voor hun mening. En mijn diepste wens? Erbij horen, maar ook goed zijn zoals ik ben.
Maar wat is dan goed? Wanneer ben ik tevreden? Ik dacht altijd: als ik slank zou zijn. Maar dat ben ik weleens geweest, en toen was het ook niet goed genoeg.
Dan voelde ik nog die onrust binnen in mij.
Inmiddels weet ik: er is nog een andere waarheid. Gods waarheid.
En die waarheid is:
Genesis 1:27, 31
‘God schiep de mens naar Zijn beeld: naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.’ ‘En God zag wat Hij gemaakt had, en zie, het was zéér goed.’
We leven in een wereld vol spiegels, meningen, vergelijkingen en ideaalbeelden.
Het is zó makkelijk om mezelf daarin kwijt te raken.
Maar de spiegel die er echt toe doet, is die van mijn Maker. Hij heeft mij bedacht, gevormd, gewild. Toen Hij naar mij keek, zei Hij niet: “Het is wel oké.” Hij zei: “Het is zéér goed.”
En dan staat er in Psalm 139: ‘Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben. Wonderlijk zijn Uw werken; mijn ziel weet dat zeer goed.’
Wat een bevrijdende waarheid.
Ik hoef het niet te zoeken in de ogen van anderen.
Ik hoef mezelf niet te verstoppen, te verbeteren of te vergelijken.
Ik mag dankbaar zijn.
Dankbaar dat ik wonderlijk gemaakt ben. Door Hem.
Niet pas als ik voldoe aan een ideaalbeeld, maar nu. Precies zoals ik ben.
Gemaakt naar Zijn beeld.
Die waarheid wil ik toelaten in mijn hart.
Niet langer luisteren naar de fluisteringen van onzekerheid.
Dat vraagt vaak wel een bewuste keuze: ‘Heer, ik geloof wat U over mij zegt.’
En die waarheid wil ik delen.
Als een zaadje van hoop, in het leven van een vrouw die zichzelf niet mooi vindt.
Niet door haar te vertellen wat ze moet geloven.
Maar door te zeggen:
Kijk eens naar je kleinzoon. Zie hoe hij naar je kijkt. Onvoorwaardelijk. Vol vreugde. Zonder oordeel.
Of misschien wel tegen jou:
Denk eens aan hoe jij kijkt naar iemand van wie je houdt. Zie je dan een buik, een rimpel, een maat? Of zie je liefde, nabijheid, warmte?
Om zo een glimp te geven van hoe de Schepper naar ons kijkt.
Zonder filter.
Met liefdevolle ogen.
Vol bewondering.
Want wij zijn geliefd. Gewild. Kostbaar. Wonderlijk gemaakt.
Dat die waarheid tot ons doordringt.
“U bent kostbaar in Mijn ogen, zo waardevol en Ik houd van je.” – Jesaja 43:4