Mijn eerste auto… wat was ik trots! Rijbewijs gehaald en hup, daar waren de sleutels. Van mijn vader gekregen. “Je rijbewijs betaal je zelf, maar de auto krijg je van mij,” zei hij altijd. Luxe? Nou, niet bepaald. Geen glimmende bolide, geen Chevrolet, maar een C Kadett uit 1975. Even oud als ik. Een vies groene kleur, bruine neplederen stoelen, maar hij was helemaal van mij!
Mijn vader kocht de auto voor vijftig gulden. Er mankeerde het een en ander aan, maar hij wist als automonteur het ‘groene monster’ weer aan de praat te krijgen. In de zomer brandde je je benen aan die neplederen stoelen, maar wat was het geweldig om mijn eigen auto te hebben!
De dag dat ik mijn rijbewijs in handen had, gaf mijn vader mij de sleutels van de auto: ‘Hier en nu gaan rijden. Ervaring op doen, je hebt je rijbewijs, kilometers gaan maken.’ Hij wist wel dat ik dat nodig had: gewoon mijn eigen gang gaan en rijervaring opdoen.
Dus daar ging ik, met mijn groene monster, rondjes rijden door mijn woonplaats. Maar ja, dan moet je ook een keer gaan tanken. En dat had ik nog nooit gedaan! Het zweet stond me in mijn handen bij het tankstation, hoe werkt dat eigenlijk? Gelukkig kwam er iemand naar buiten om me te helpen. “Zo, zo, je eerste auto?” “Ja,” zei ik vol trots, “ik heb net mijn rijbewijs gehaald en van mijn vader heb ik deze auto gekregen.” “Geweldig zo’n vader, maar eh, de auto stinkt wel behoorlijk. Heb je misschien de handrem er nog op staan?” Oh nee… ik kon wel door de grond zakken! De hele tijd had ik rondgereden met de handrem erop! En ik maar denken dat die vieze lucht en het haperende rijden gewoon bij de leeftijd van de auto hoorden.
Op een dag reed ik naar mijn werk. Ik was er bijna en ja hoor, midden op een rotonde: rook uit de motorkap. Ik was behoorlijk in paniek, dus snel mijn vader bellen: “Pap, ik heb een probleem. Er komt rook onder de motorkap vandaan en ik stond midden op een rotonde stil!” Omstanders hadden me geholpen om de auto aan de kant te duwen en al snel kwam hij er aangereden. Hij had zijn werk laten vallen en was direct in de auto gesprongen. Daar aangekomen ging hij meteen op onderzoek uit: wat zou er aan de hand zijn? Al snel zei hij: “Regina, heb je dat rode lampje niet op je dashboard zien branden?” “Eh ja, maar ik wist niet wat het was, dus ik ben maar doorgereden.” Heel rustig zei hij: “Dat is een waarschuwingslampje dat je motor oververhit is. Voor een volgende keer: als er een rood lampje brandt: niet meer verder rijden!”
Wat een lieve en geduldige papa hé? Vol vertrouwen in mijn rijkunsten en geen onvertogen woord toen ik bijna de motor in de soep reed. Nee, alleen wijze raadgevingen om het een volgende keer anders te doen. En hij was er als ik hem nodig had.
Ik had hem graag nog eens om wijze raad gevraagd, maar hij is 7 jaar geleden ‘verhuisd’ naar zijn hemelse woning. De eigenschappen van mijn aardse vader waren een glimp van mijn Hemelse Vader: vol liefde, vertrouwen, geduld, ruimte om zelf te ontdekken, en altijd daar. Ook als ik een rood lampje negeer. Geen veroordeling, alleen liefdevolle aanwijzingen om weer stil te staan, te leren en opnieuw op weg te gaan.
Volop geliefd.
______________________________
In liefdevolle herinnering
Peter van ’t Hul
17 mei 1947 – 16 april 2018